Roeland van Geuns: ‘Neem afscheid van het 1000 bloemenbeleid’

Hoe vergroten we de slagkracht van de SBS en wat willen we meegeven aan de formatietafel? Daar ging het over tijdens de achtste bijeenkomst van het Samenwerkingsverband Brede Schuldenaanpak (SBS) op 24 februari 2021. Lector Armoede Interventies Roeland van Geuns was erbij. ‘Wil je de oorzaak van de schuldenproblematiek aanpakken, dan moet je het belastingstelsel vernieuwen.’

©EMMA
Roelof van Geuns: 'Overheden moeten weten welke interventies effectief zijn.'

Aanwezig bij de bijeenkomst waren onder meer: de Sociale Verzekeringsbank, de ministeries van VWS en SZW, het CAK, CJIB, de NVI, mensen uit de wetenschap, ervaringsdeskundigen en schuldhulporganisaties.

Ook Roeland van Geuns was aanwezig. Hij is lector Armoede Interventies bij de Hogeschool van Amsterdam en specialist op het terrein van sociale zekerheid. Zijn queeste: zoekend naar wegen om de effectiviteit en professionalisering van de schuldhulpverlening te verbeteren. Welk antwoord gaf hij op de twee centrale vragen?

Hoe vergroot je de slagkracht van de schuldhulp?

Dat de slagkracht vergroot moet worden, staat volgens Roeland buiten kijf. ‘Je kunt daar verschillende wegen voor bewandelen. Een van die wegen is afscheid nemen van het duizend bloemen beleid. Nederland kent duizenden initiatieven die zich inzetten voor de schuldhulp. In de praktijk blijkt dat ieder initiatief gezien wordt als een goed initiatief. Maar er is meer voor nodig om een goed initiatief te zijn, dan enkel goede bedoelingen.’

Daar is focus voor nodig, vindt niet alleen Roeland, maar ook de andere aanwezigen. Op welke initiatieven richt je je wel en op welke niet? Door het aantal initiatieven en projecten te beperken, ontstaat er meer mogelijkheid om deze door te laten groeien, te ontwikkelen én te monitoren.

Roeland: ‘Wat je wilt voorkomen is dat initiatieven of projecten in een tunnel terechtkomen, waardoor kritische reflectie ontbreekt. Inmiddels is een evaluatiemonitor binnen de intensivering armoede en schulden aanbesteed en gaat die lopen. Op die manier wordt er zowel extern als intern met een kritisch oog gekeken naar initiatieven.’

‘Breng focus aan’

Het maken van keuzes is niet eenvoudig. Daarom zijn er aangrijpingspunten nodig: wat maakt een interventie goed? En is er sprake van een theory of change? Waarom is een bepaalde interventie effectief bij de doelgroep?

‘Als die onderbouwing niet sluitend is, dan weet je bijna zeker dat de interventie niet succesvol gaat worden. Met zo’n interventie moet je dan niet verder gaan. Overheden moeten daarom kennis hebben over de effectiviteit van interventies’, aldus Roeland.

Daar worden ze steeds beter in: ‘De afgelopen jaren worden steeds meer keuzes gemaakt en is er erkenning voor het aanbrengen van focus. Ook zijn er signalen dat gemeenten hiermee aan de slag gaan. Dat is heel positief.’

'Schulden veroorzaakt door een scheiding, zijn anders dan schulden door een laag inkomen’

‘Erken het belang van differentiatie’

Ook de roep om menselijke maat krijgt de laatste jaren steeds meer gehoor. ‘We nemen langzaam afscheid van het idee dat er maar één oplossing is. We zien dat we moeten differentiëren. Soms vragen vergelijkbare situaties om een verschillende aanpak. Iemand die bij de dokter komt met hartklachten wordt ook anders behandeld dan iemand met migraine. Bij armoede en schulden is dat net zo. Schulden veroorzaakt door een scheiding zijn anders dan schulden door een laag inkomen.’

Ondanks de toenemende erkenning van het belang van die differentiatie is de wetgeving nog niet zover. Binnen de wetgeving wordt nog veel focus gelegd op de situatie en minder op het ontstaan van die situatie. Het vraagt lef van een uitvoerder om daar druk op te leggen en redelijkheid en billijkheid te eisen.

Roeland: ‘Dat is geen eenvoudige opgave. Maar het opent wel deuren om gevallen ongelijk te behandelen, als dat in het belang is van de schuldenaar. Zie bijvoorbeeld de in gang zetting van de wijziging in de Participatiewet.’

‘Werk samen’

Het aantal mensen met financiële problemen neemt toe. Samenwerking is volgens de aanwezigen essentieel voor een betere schuldhulpverlening. Het gaat om betere samenwerking tussen WMO en schuldhulpverlening, maar ook tussen gemeenten en vrijwilligersorganisaties. Organisaties moeten elkaar ook beter weten te vinden, waarbij vertrouwen het vertrekpunt is en het belang van de schuldenaar voorop staat. Uiteindelijk heeft geen enkele partij belang bij mensen met schulden.

‘Pas het systeem aan’

Echter, focus, menselijke maat en samenwerking zijn niet voldoende om de toestroom van mensen met geldproblemen behapbaar te houden. Er moeten ook systeemoplossingen worden geboden, zoals het terugbrengen van de termijnen binnen de snelle schuldsaneringen naar een jaar, of het kwijtschelden van ‘oude’ schulden.

Roeland ziet graag dat er nog een stap verder wordt gegaan. ‘Als je echt de oorzaak van de schuldenproblematiek wilt aanpakken, moet je het belastingstelsel vernieuwen. Dat kost veel tijd, zo’n twee kabinetsperioden. Daarom moeten we tussentijdse oplossingen bieden. Zoals de Kinderopvangtoeslag laten verdwijnen en deels door de staat laten bekostigen.

'Hetzelfde geldt voor de huurtoeslag. Laat deze weer uitbetalen aan de woningcorporaties. Omdat het bij deze toeslagen om hoge bedragen gaat, kan één verkeerd vinkje van een burger verregaande gevolgen hebben in de portemonnee. Met een systeemaanpassing kun je dat voorkomen.’

Verder ziet Roeland een verhoging van het sociaal minimum en het minimumloon als oplossing.

'Problemen worden complexer en zzp'ers hebbend meer aandacht nodig'

‘Investeer in de capaciteit van gemeenten’

Een laatste boodschap aan het kabinet? ‘De complexiteit van de problematiek neemt toe en er is aandacht nodig voor nieuwe groepen, zoals zzp’ers. Er zijn nu al signalen dat gemeenten bezuinigen op het armoede- en schuldenbeleid. De oproep is: bezuinig niet op de schuldhulpverlening, maar blijf investeren in de capaciteit van gemeenten.’